26 maart 2015

Kwaliteit, kwantiteit en leefbaarheid van de kinderopvangsector

 

De Vlaamse Regering besliste over een aantal veranderingen in de kinderopvangsector. Organisatoren van groepsopvang die een lagere subsidie voor inkomenstarief ontvangen (‘Trap 2B’), krijgen vanaf 1 april 2015 een subsidieverhoging die geënt is op de CAO die de sociale partners recent afsloten. Daarnaast zullen er wijzigingen doorgevoerd worden aan het systeem van de ouderbijdrage in de inkomensgerelateerde kinderopvang. Voor ouders die vanaf 1 mei nieuwe attesten inkomenstarief of herberekeningen van het tarief aanvragen, gelden deze veranderingen, zoals de aanpassing van het minimumtarief naar 5 euro. Op 1 januari 2016 worden de aangepaste tarieven voor iedereen van toepassing. Op het minimumtarief komen een aantal mogelijkheden inzake sociale correcties. Dit betekent dat in bepaalde gevallen een individueel verminderd tarief aangevraagd kan worden. Daarnaast lopen we met de sector een traject in regelluwte dat zal leiden tot het aanpassen van de regelgeving.

Kwaliteit en voortgangsrapport

Het decreet opvang voor baby’s en peuters bracht een grondige hervorming in de sector met zich mee en was een mijlpaal voor het verder realiseren van voldoende, kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare kinderopvang. Om die hele verandering in de sector op te volgen en eventueel bij te sturen is in oktober 2014 in de schoot van Kind en Gezin een 'voortgangsoverleg' opgestart. Deze werkgroep met vertegenwoordigers van de kinderopvangsector en van de gebruikers evalueert het systeem en komt met voorstellen om de regeldruk in de sector te verminderen. Het zal onder meer gaan om versoepelingen op het gebied van infrastructuurvereisten, van administratieve vereisten en procedures. Concreet gaat het bijvoorbeeld over regels m.b.t. normering luchtkwaliteit en regels uit de Vlaamse Wooncode (bv. plafondhoogte, raamgrootte, enz.). De kwaliteit van de kinderopvang blijft hierbij steeds voorop staan. 

Leefbaarheid en CAO

Een ander aandachtspunt in het decreet opvang voor baby’s en peuters is de leefbaarheid van de kinderopvangsector. In dit kader komt er, vanaf 1 april 2015, een verhoging van de subsidie voor plaatsen groepsopvang bij organisatoren die vandaag een lagere subsidie voor inkomenstarief hebben. Deze subsidieverhoging bedraagt minimum 414 euro per plaats per jaar.  

De Vlaamse Regering nam deze beslissing in afstemming met de sociale partners van PC 331, die de bijzondere CAO kinderopvang aangepast hebben om voor de opvang met Trap 2B subsidie een verdere stap te kunnen zetten in de richting van de sectorale loonbarema’s voor kindbegeleiders. Deze bijzondere CAO gaat in op 1 april 2015. De Vlaamse Regering maakt 7,1 miljoen euro vrij om te voorzien in de verhoging van de subsidiëring. 

Veranderingen inkomenstarief vanaf 1 mei 2015

Vanaf 1 mei 2015 gelden wijzigingen aan het inkomenstarief. In een eerste fase gelden de aanpassingen enkel voor nieuwe attesten en herberekeningen van bestaande attesten vanaf 1 mei 2015.  Vanaf 1 januari 2016 gelden de nieuwe tarieven voor iedereen.

Welke tarieven veranderen er?

  • De kindkorting voor de kinderen ten laste kan tot en met het jaar waarin een kind ten laste 12 jaar is geworden. (Vroeger was dit tot 25 jaar.) 
    • Voor een gezin met 2 kinderen ten laste is de vermindering 3,14 euro, voor een gezin met 3 kinderen ten laste bedraagt de korting 6,28 euro (=2x3,14 euro) enzovoort. 
    • Alle kinderen in het gezin komen hiervoor in aanmerking, ze hoeven niet naar de opvang te gaan.
  • Het standaard minimumtarief bedraagt 5 euro. 
  • Om het inkomenstarief betaalbaar te maken voor kwetsbare groepen, zijn er mogelijkheden om een individueel verminderd tarief aan te vragen. Hierbij wordt er gekeken naar de situatie van het gezin:
    • 25% korting met als minimumtarief 5 euro als de ouder of de inwonende persoon:
      • een invaliditeitsuitkering heeft;
      • een voltijdse werkloosheidsuitkering (min. 6 maanden) of een faillissementsuitkering krijgt;
      • een verwachte inkomensdaling van minstens 50% heeft of als zelfstandige verlaagde sociale bijdragen toegekend kreeg (min. 12 maanden);
    • 3 euro als:
      • men een leefloon krijgt én een opleidingstraject van VDAB of OCMW volgt;
      • het gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen op jaarbasis lager dan 15.820,56 euro is, en men beiden minstens halftijds werkt. In het geval van een alleenstaande, moet de alleenstaande minstens halftijds werken;
      • het gezamenlijk belastbaar beroepsinkomen op jaarbasis lager dan 15.820,56 euro is en men een inburgeringstraject volgt.
    • 1,56 euro als men een attest voor materiële of medische hulp heeft (bv. van Fedasil of het Rode Kruis) 
    • 1,56 euro voor de opvang van een pleegkind
  • Als het financieel onmogelijk is om het inkomenstarief of verminderd tarief te betalen, dan kan het OCMW na onderzoek een ander tarief toekennen: 
    • 50% korting op het inkomenstarief (minimumbedrag is steeds 5 euro); 
    • of een tarief van 5 euro;  
    • of een tarief van 1,56 euro. 

Het OCMW bepaalt zelf het bedrag naargelang de situatie van de ouder. Voor ouders die in het Brussels Gewest wonen, gebeurt het onderzoek en de toekenning door de opvang zelf, volgens dezelfde regels. 

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr

Agenda

woensdag, 20 september 2017
donderdag, 21 september 2017
donderdag, 21 september 2017